Hoeveel kweek oppervlakte heeft een coffeeshop nodig?
Een goedlopende coffeeshop verkoopt gemiddeld een kilo per dag, buurtcoffeeshops minder, terwijl shops aan de grens meerdere kilo's per dag omzetten. Om de gedachten te bepalen ga ik uit van 400 kilo per jaar voor één shop.
Licht geeft gewicht.
De hoeveelheid zonlicht in de kas valt niet te evenaren met lampen. Kweken in de kas levert dus het meeste gewicht per vierkante meter, van de beste kwaliteit tegen een uiterst lage prijs, want de zon is gratis. Zodra er een regulering van de cannabisteelt komt zal kassenteelt de lampen teelt voor grootschalige productie direct verdringen.
Een kassenkweker kan 400 gram per vierkante meter oogsten en dat door te verduisteren twee maal per jaar. Één kasje van 500 M2 kan dus eenvoudig de jaarproductie van een Coffeeshop verzorgen.
In de kassenwereld waar men gewend is aan duizenden vierkante meters, is 500 M2 een zeer kleine oppervlakte. Zou alle wiet voor de Nederlandse coffeeshops in kassen gekweekt worden dan is daarvoor 30 hectare nodig van de in totaal 10.000 hectare kas in Nederland. In de praktijd zal dit minder zijn, er zal immers ook in de buitenlucht geteeld worden
In de buitenteelt kan een zorgvuldige buitenboer 200-400 gram per plant oogsten op een oppervlakte van 5M2. Dat is dus 40-80 gram per M2.
400 kilo is dus te kweken op 10.000M2 (1 hectare) tot 5000 M2.
Zijn deze genoemde opbrengsten vaste waardes?
Nee, de soort maakt verschil, of de planten zijn voor gekweekt, de gebruikte meststoffen en natuurlijk de kunde van kweker. Genoemde opbrengst gemiddelden kunnen dus ook verdubbelen en daarmee halveren de benodigde oppervlaktes.
Hoeveel coffeeshops of cannabisclubs heeft Nederland idealiter nodig?
Dat hangt er vanaf hoe je een shop bekijkt, als distributiepunt of als sociale ontmoetingsplek. Beste is als beide factoren in balans zijn. Een distributiepunt waar ook sociale interactie mogelijk is met andere consumenten. Sociale interactie verhoogt sociale controle en maakt gebruik veiliger. Immers iedere drug is zo veilig als de cultuur die het gebruik omgeeft. Meer shops verminderd de aanloop die zo storend kan zijn voor de buurt en het vermeerderd de sociale interactie in een stad of wijk. Uitgaande van ruim 600.000 consumenten zou een aantal van 2000 shops een redelijk aantal zijn met gemiddeld 300 klanten. Aan de andere kant zijn er nu al tienduizenden thuiskwekers. Bij een soepeler beleid zullen dat er ongetwijfeld meer worden wat de noodzaak tot 2000 shops weer verminderd.
Kloppen deze berekeningen wel?
Hoe wordt het plaatje uitgaande van de gemiddelde consument?
Voor een thuiskweker kun je uitgaan van 400 gram per jaar voor eigen gebruik en weggeven aan vrienden en kennissen. Met 600.000 Nederlandse consumenten is dat dus 240.000 kilo per jaar. Uitgaande van de huidige 600 coffeeshops die gemiddeld 400 kilo per jaar gebruiken is dat 240.000 kilo. Nu gebruikt niet iedere coffeeshop consument elke dag ruim een gram, er zijn ook nog enkele tienduizenden thuiskwekers en verkopen vele coffeeshops lang geen 400 kilo per jaar, het verschil wordt uitgemaakt door toerisme. In grote lijnen kloppen de schattingen dus redelijk.
Hoe zit dat met het THC gehalte?
THC is een van de ruim 60 cannabinoïden die in de hars besloten zitten die als een dun laagje over de toppen ligt van de vrouwelijke wietplant. Des te idealer de groeiomstandigheden, des te meer hars de toppen overdekt. Kaswiet bevat de meeste hars, dan komt lampen wiet, terwijl buitenwiet de minste hars bevat en dus ook de minste absolute hoeveelheid THC.
De hars maakt ongeveer 10-20% van het totale gewicht uit van een wiet top.
Een ieder kan met gezond verstand beredeneren dat een THC percentage van 15-20% in een wiet top een technische onmogelijkheid is. Hoe zijn die hoge THC percentages dan mogelijk?
THC is één van de ruim 60 cannabinoïden, aanwezig in de hars die als een dun laagje over wiettoppen ligt .
Van allerlei stoffen bestaan internationale erkende protocollen om de aanwezigheid en percentages exact vast te stellen. Alleen van cannabis bestaat geen standaard protocol dat het percentage THC t.o.v. het totale gewicht vastlegt. Tot 1996 waren THC percentages van 4-6% gebruikelijk, daarna werd een andere (Amerikaanse) methode gehanteerd met andere referentiestandaarden die tot sensationele hoge waardes van 35% leidde (Collins 1999). De nieuwe methode zwengelde de discussie omtrent THC aan en leidde tot uitspraken om dergelijke " sterke" wiet tot hard drug te verklaren. In 2001-2002 kwam het Trimbos instituut in opdracht van de Nederlandse regering tot gemiddelde percentages van 15%. in Nederwiet. Nog steeds zijn dit percentages die technisch onmogelijk zijn gezien het percentage van 10-20% aan hars dat wietplanten daadwerkelijk overdekt.
Hash bestaat uit pure hars en kent een THC percentage van 35%. THC. Aangezien hars 10- 20% van een wiet top uitmaakt zou een THC percentage van 3,5 - 7 % absolute THC, zoals vroeger gemeten werd reëler zijn.
Is het THC percentage dan niet waar het om draait?
Neen, het gaat om de daadwerkelijke fysieke consumptie (boddy burden).
Dus hoeveel THC uiteindelijk in het bloed terecht komen van de consument.
Daarbij zijn drie factoren van belang,
1. De gebruikerscultuur
2. Dosering controle mogelijkheid
3. De onderlinge interactie van de cannabinoïden
De gebruikerscultuur
1. Hippies waren de hele dag bezig zoveel mogelijk THC te consumeren en waren daarom aan het eind van de dag verminderd aanspreekbaar, ze hingen stoned in de hoek.
De moderne consument wil een prettige roes en een ook nog leuk praatje kunnen maken.
Je kunt dus stellen dat de uitzonderingen daargelaten er tegenwoordig meer dan vroeger sprake is van een veiliger gebruikerscultuur.
Dosering controle mogelijkheid
2. Anders dan bij eten of drinken zoals bij andere genotmiddelen is bij het roken of verdampen van cannabis het effect binnen 10-20 seconden merkbaar. De consument kan dan besluiten méér of juist minder te inhaleren. Bij het zelf draaien van een joint hanteert iedere consument zijn eigen favoriete soort en hoeveelheid. Bij voorgedraaide joints is de hoeveelheid minder naarmate het product sterker (en duurder) is. Waar vóór het jaar 2000 in de coffeeshops voorgedraaide joints 0.3 gram bevatten de norm was, is dat nu nog maar 0,2 gram.
De onderlinge interactie van de cannabinoïden
3. De onderlinge interactie van de 60 cannabinoïden bepaald voor en groot deel het effect, THC fungeert daarbij deels als een soort brandstof. Daarom kunnen sommige soorten buiten wiet als sterker worden ervaren terwijl zij duidelijk minder hars en dus cannabinoïden bevatten. Bij een soort als amnesia zijn een aantal onbekende (nog niet benoemde) cannabinoïden, die men cryptics noemt verantwoordelijk voor het desoriënterende effect waar sommige consumenten juist zo enthousiast over zijn. (zie fingerprint alphanova).De onderlinge hoeveelheden en verhoudingen aan cannabinoïden variëren niet alleen per soort, maar ook per jaar, per kweker, kweekmedium en kweekomstandigheden.